Gemeente Kortemark

Wapenschilden

In de eerste helft van de elfde eeuw kreeg het huis van Petegem (bij Oudenaarde) in het Brugse Vrije gronden in leen van de Graaf van Vlaanderen, op de rand van het poldergebied gelegen tussen de Yzer en Brugge.

Aanvankelijk vormden zij één groot blok, maar door vererving werden zij opgesplitst.  Drie families ontstonden uit het oude huis: het huis van Eine dat Oudenburg en Vladslo erfde, het huis van Pamele-Oudenaarde dat Kortemark verkreeg, met het grootste gedeelte van Handzame, en het huis van Petegem dat Koekelare erfde. Uit het huis van Eine kon Everard I Radulf, neef van Ratbodo, Bisschop van Noyon-Doornik, iets vóór 1080 Gerolf, burggraaf van Doornik, verjagen en de heerlijkheid van Mortagne veroveren. Hij erfde ook Werken. Voor Kortemark-Handzame en Werken zou deze situatie ongewijzigd blijven tot het einde van de dertiende eeuw. Dan zouden zij opgenomen worden in de heerlijkheid Wynendale, een situatie die met de Franse revolutie in 1795 een definitief einde zou kennen.

De oudste als zeker vaststaande vermeldingen van die woonkernen dateren uit de late elfde eeuw. Op 22 januari 1085 bekrachtigt Ratbodo, Bisschop van Noyon-Doornik, en oom van Arnulf II van Oudenaarde, op verzoek van abt Lanbertus en de monniken van Ename de afstand van de “altaren” van Merch en Hansam. Dit betekende dat de abdij van Ename de pastoors voor Kortemark en Handzame ter benoeming mocht voordragen aan de bisschop en tevens het recht had op één derde van de tienden en het casueel. Wel moest de abdij de pastoors onderhouden. Het bodium, of de overige twee derden, bleef aan de heren van Oudenaarde. Op 31 oktober 1089 kende graaf Robrecht II (+ 1111) het bodium in villa Sarra samen met 14 bunders en 17 dagwand land toe aan de proost van het kapittel van Sint-Donaas in Brugge, tevens erfelijk kanselier van Vlaanderen. Het altaar van Zarren behoorde aan de Sint-Maartensabdij van Doornik. Het altaar van Werken kwam de Sint-Elooisabdij van Noyon toe, terwijl de heren van Mortagne uit het huis van Eine er het bodium bezaten. In 1219 stonden zij een deel van deze tienden af aan de abdij van Ename. De oudste zekere vermelding van Werken dateert uit 1171-1180. Toch waren deze parochies veel ouder en dateren zij tenminste uit de late negende eeuw.

De vier plaatsnamen gaan terug op hydrografische aanwijzingen: Handas Hamma betekent landtong, uitspringend in inundatiegebied van Hand; Merch gaat terug op het oudgermaanse Markja en betekent nederzetting aan de markó, wat de vroegere naam van de Krekelbeek moet geweest zijn. Werkin gaat terug op het oudgermaanse Wirkundjó en Sarra ontleent haar naam aan de Zarrebeek.

Bestuurlijk gezien vormde Zarren met stukken van Esen en het kleinste deel van Handzame het drieëntwintigste ambacht- met een eigen schepenbank - van het Brugse Vrije. Kortemark vormde samen met het grootste deel van Handzame het ambacht van Kortemark, dat tot 1281 in bezit bleef van de heren van Oudenaarde. In 1279 kocht graaf Gewijde Werken terug van Thomas van Mortagne en in 1281 Kortemark van Arnulf V van Oudenaarde. Werken en Kortemark-Handzame werden opgenomen in de heerlijkheid Wynendale, die Gewijde schonk aan Jan van Namen, de oudste zoon uit zijn tweede huwelijk met Isabella. Op 17 juni 1407 verkocht Jan III van Namen de heerlijkheid van Wynendale aan Hertog Jan zonder Vrees, die ze als pand stelde voor de huwelijksgift aan zijn dochter Maria bij haar huwelijk met de graaf van Kleef en van der Marck. Daar hij binnen de drie jaar de huwelijksgift niet kon betalen, ging de heerlijkheid van Wynendale in 1410 definitief over in het bezit van de graven van Kleef en hun rechtsopvolgers. Dit bleef zo tot 1795. Met de Franse revolutie verdwenen het ambacht van Zarren en de heerlijkheid Wynendale en ontstonden de gemeenten Handzame, Kortemark, Werken en Zarren.

In het Ancien Régime hadden alleen de ambachten van Kortemark en Zarren een wapen. Kortemark had een wapen, ontleend aan de wapens van de grafelijke dynastie: de Boudewijns (vóór 1127) met de geren van goud en lazuur, en de Elzassers (1128-1191) met de leeuw. De Ghellinck beschrijft het wapen als volgt: sceau aux causes du pays de Cortemarck à un écu gironné d’or et d’azur de huit pièces à l’écusson de gueules sur let tout, au chef d’or un lion de sable. Entre deux filets «s(igillum ad causas territory Cortemarck ». Het ambacht van Zarren had een wapen van lazuur met een zwaan in natuurkleur met schildhoofd van hermelijn. Dit wapen bleef ook het wapen van de gemeente tot 1 januari 1977; het wapen van de gemeente Kortemark (tot 1977), bekrachtigd bij K.B. van 14 februari 1842 was hetzelfde als dit van het ambacht maar met tien stukken in plaats van acht. Handzame kreeg onder het Nederlandse bewind (1815-1830) bij besluit van 15.12.1819 een “sprekend” wapen, gebaseerd op de gemeentenaam, bevestigd door het K.B. van 20.11.1843 en beschreven als volgt: “van lazuur met twee rechterhanden van natuurkleur, ineengeslagen en in dwarsbalk, de polsen gekleed met goud”. Werken kreeg eerst zijn gemeentewapen met het K.B. van 26.07.1926. Het is een versmelting van het wapen van de heren van Mortagne en het wapen van de heerlijkheid Wynendale. Het is gedeeld in één met dit van Wijnendale (gegeerd van lazuur en goud uit acht stukken met een schildje van keel over het hart, in het hoofd beladen met een gaande leeuw van sabel, geklauwd en getongd van keel) en in twee met dit van Mortagne (van goud met kruis van keel, beladen met vijf zilveren gespen). Het wapen van de gefusioneerde gemeente gaat terug op het wapen van het oude ambacht van Kortemrk: de vier geren van lazuur en goud symboliseren de vier deelgemeenten.

Praktisch

Archief

Gemeentehuis Kortemark

Stationsstraat 68

8610 Kortemark

 

Tel. 051 57 51 31
Fax 051 57 51 20

Openingstijden

Het archief is kosteloos toegankelijk voor het publiek en dit mits voorafgaandelijke afspraak. De aanvraag kan gebeuren via mail archief@kortemark.be of telefonisch op 051/56 81 21.