Gemeente Kortemark

Reglement definitieve vaststelling van de stedenbouwkundige verordening rioolaansluiting en hemelwaterputten

Definitieve vaststelling van de stedenbouwkundige verordening rioolaansluiting en hemelwaterputten

Art 1:   Definities:

Afvalwater: water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, met uitzondering van niet-verontreinigd hemelwater;

Hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater;

Huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat enkel bestaat uit water afkomstig van:

normale huishoudelijke activiteiten;

sanitaire installaties;

keukens;


het reinigen van gebouwen zoals woning, kantoren, plaatsen waar groot- of kleinhandel wordt gedreven, zalen voor vertoningen, kazernen, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, klinieken, hospitalen en andere inrichtingen waar niet besmettelijke zieken opgenomen en verzorgd worden, zwembaden, hotels, restaurants, drankgelegenheden, kapsalons;

afvalwater afkomstig van wassalons, waar de toestellen uitsluitend door het cliënteel zelf worden bediend;

Gewone oppervlaktewateren: alle oppervlaktewateren met uitzondering van de kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater en de openluchtgreppels, behorend tot de openbare riolering;

Openbare riolering: het geheel van openbare leidingen en openluchtgreppels bestemd voor het opvangen en transporteren van afvalwater;

Gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor de afvoer van hemelwater;

Zuiveringszone A of openbaar waterzuiveringssysteem: een geheel bestaande uit een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie, het stelsel van de openbare rioleringen en collectoren die ermee verbonden zijn, alsook de zone van 50 meter rondom dit stelsel;

Zuiveringszone B: de zone van 50 meter gelegen rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren waarvan de aansluiting op een operationeel openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie is gepland:

hetzij, op basis van het investeringsprogramma bedoeld in artikel 32 octies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;

hetzij, op basis van het subsidiëringsprogramma bedoeld in artikel 32 duodecies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;

Zuiveringszone C: het gedeelte van het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat niet valt onder de zuiveringszone A, noch onder zuiveringszone B, alsook de zone van 50 meter gelegen rond dit stelsel;

Kunstmatige afvoerweg voor hemelwater: de greppels, grachten, duikers en leidingen bestemd voor het afvoeren van hemelwater, bodemwater, grondwater, bemalingswater en desgevallend ook afvalwater, behandeld conform de van toepassing zijnde wetgeving;

Individuele voorbehandelingsinstallatie: septische putten of gelijkaardige inrichtigen voor de voorbehandeling van normaal huisafvalwater ter verwijdering van vetstoffen, bezinkbare en drijvende stoffen;

Septisch materiaal: bijzondere afvalstoffen afkomstig van septische putten resulterend uit bezinkingsprocessen en biologische omzettingsprocessen;

Code van goede praktijk: krachtlijnen voor en geïntegreerd rioleringsbeleid in Vlaanderen, Omzendbrieven van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 31 juli 1996, 19 december 1996 en 23 maart 1999;

Direct lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen in het grondwater zonder doorsijpeling in de bodem of de ondergrond;

Indirect lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen in het grondwater na doorsijpeling in de bodem of de ondergrond

Dakoppervlakte: horizontale projectie van de buitenafmetingen van het dak;

Hemelwaterput: reservoir voor het opvangen en stockeren van hemelwater;

Infiltratievoorziening: voorziening voor het doorsijpelen van hemelwater in bodem.

Art 2:   Gescheiden stelsel:

Bij nieuwbouw of hernieuwbouw is de bouwheer of eigenaar van de woning verplicht het afvalwater en het hemelwater gescheiden af te voeren tot aan de rooilijn. Voor nieuwbouw of hernieuwbouw dient een afzonderlijk onderzoeksputje voorzien te worden voor de afvalwaterafvoerleiding en voor de hemelwaterafvoerleiding. Hierbij dient een onuitwisbaar merkteken in rode kleur te worden aangebracht op het onderzoeksputje van de afvalwaterafvoerleiding en een onuitwisbaar merkteken in blauwe kleur te worden aangebracht op het onderzoeksputje van de hemelwaterafvoerleiding om visueel een onderscheid te kunnen maken tussen het onderzoeksputje voor de afvalwaterafvoerleiding en dat voor de hemelwaterafvoerleiding. Het onderzoeksputje voor de afvalwaterafvoerleiding moet voorzien zijn van een reukafsnijder.

Voor de afvoer van hemelwater gelden de bepalingen van artikel 13.

Art 3:   Aansluitingsplicht wanneer de openbare weg is voorzien van een openbare riolering:

  • Wanneer de openbare weg is voorzien van een openbare riolering moet de afvoer van het huishoudelijk afvalwater aangesloten worden op de openbare riolering. Kelderverdiepingen mogen niet rechtstreeks aangesloten worden op de straatriolering. De aansluiting op de openbare riolering moet uitgevoerd worden volgens de bepalingen van artikel 5 en 6. Het College van Burgemeester en Schepenen duidt de aannemers aan die op het grondgebied van Kortemark de aansluiting op de straatriool mogen uitvoeren. De aansluiting mag enkel door deze personen uitgevoerd worden. De bouwheer of eigenaar vraagt voorafgaandelijk schriftelijk toestemming voor de aansluiting aan het College van Burgemeester en Schepenen. De kosten van de aansluiting vallen ten laste van de aanvrager.
  • Een woning of gebouw wordt geacht aansluitbaar te zijn als het ligt aan een openbare weg uitgerust met openbare riolering, mits die riool bereikbaar is zonder de eigendom van derden te betreden. Eventueel moeten niveauverschillen opgelost worden met afvalwaterpompen.
  • Een bestaande woning kan vrijgesteld worden van de aansluitingsplicht door een verzoekschrift aan het College van Burgemeester en Schepenen te richten. De vrijstelling kan alleen bekomen worden indien de aanvrager kan aantonen dat het technisch onmogelijk is om aan de aansluitingsplicht te voldoen.

Art 4:   De aansluitingsplicht voor bestaande directe en indirecte lozingen in het grondwater:

De aansluitingsplicht geldt ook voor bestaande directe en indirecte lozingen in het grondwater voor zover de aansluiting technisch mogelijk is. De eigenaar moet zelf de nodige documenten leveren die deze eventuele technische onmogelijkheid tot aansluiting op de openbare riolering staven.

Art 5:   Aansluiting zonder individuele voorbehandelingsinstallatie:

  • Wanneer de woning of het gebouw in een zuiveringszone A ligt, wordt het huishoudelijk afvalwater rechtstreeks geloosd in de openbare riolering. Een septische put is verboden voor nieuwbouw, voor bestaande woningen of gebouwen wordt de septische put bij voorkeur kortgesloten. Uitzondering hierop vormen deze straten of rioolstrengen waarvoor het gemeentebestuur van oordeel is dat individuele voorbehandeling aangewezen is, gelet op de toestand van het rioolstelsel of de aard van de zuivering. In uitvoering van deze verordening maakt het College van Burgemeester en Schepenen jaarlijks een lijst bekend van de straten of straatdelen waar de riolering binnen zuiveringszone A is gelegen. 
  • Wanneer de woning of het gebouw in een zuiveringszone B ligt, worden bestaande septische putten in gebruik gehouden totdat deze zuiveringszone B overgaat in zuiveringszone A. Op dat ogenblik worden de bestaande septische putten bij voorkeur kortgesloten. Uitzondering hierop vormen deze straten of rioolstrengen waarvoor het gemeentebestuur van oordeel is dat individuele voorbehandeling aangewezen is, gelet op de toestand van het rioolstelsel of de aard van de zuivering. Het huishoudelijk afvalwater van nieuwe woningen in zuiveringszone B wordt bij voorkeur rechtstreeks geloosd in de openbare riolering, tenzij het gemeentebestuur van oordeel is dat individuele voorbehandeling aangewezen is, gelet op de toestand van het rioolstelsel of de aard van de zuivering. In uitvoering van deze verordening maakt het College van Burgemeester en Schepenen jaarlijks een lijst bekend van de straten of straatdelen waar de riolering binnen zuiveringszone B is gelegen en welk gedeelte van de zuiveringszone B overgegaan is in zuiveringszone A.

Art 6:   Aansluiting met individuele voorbehandelingsinstallatie:

Wanneer de woning of het gebouw in een zuiveringszone C ligt, dient het huishoudelijk afvalwater verplicht een individuele voorbehandeling te ondergaan alvorens het te lozen in de openbare riolering. Voor bestaande woningen dient minimaal een septische put aanwezig te zijn uiterlijk op 1 augustus 2000. Voor nieuwe woningen dient onmiddellijk een verdergaande biologische behandeling geïnstalleerd te worden die voldoet aan de bepalingen in de "Code van goede praktijk". Het effluent van de individuele voorbehandelingsinstallatie moet geloosd worden in de openbare riolering. De individuele voorbehandelingsinstallatie mag geen overloop hebben naar een waterloop of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater.

Art 7:   Lozing van het huishoudelijk afvalwater bij afwezigheid van openbare riolering:

Lozing van het huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater bij afwezigheid van openbare riolering in de openbare weg.

Wanneer in de openbare weg geen openbare riolering ligt, mag het huishoudelijk afvalwater geloosd worden in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. Die lozing is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

  • Vooraleer het te lozen, moet het huishoudelijk afvalwater een individuele voorbehandeling hebben ondergaan.
  • Voor bestaande woningen moet als individuele voorbehandeling minimaal een septische put aanwezig zijn. De werking en het onderhoud hiervan moet beantwoorden aan de voorschriften van artikel 9 §2.
  • Voor nieuwe woningen is evenwel een verdergaande biologische behandeling vereist, die voldoet aan de voorschriften in de "Code van goede praktijk". De installatie maakt verplicht onderdeel uit van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
  • De in de punten 2 en 3 van dit artikel bedoelde voorbehandelingsinstallatie moet onmiddellijk in werking zijn.
  • De eigenaar moet de lozing van het huishoudelijk afvalwater melden aan het gemeentebestuur.

Art 8:  Lozing van het huishoudelijk afvalwater in de bodem:

Lozing van het huishoudelijk afvalwater in de bodem bij afwezigheid van openbare riolering, oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater

Wanneer in de openbare weg geen openbare riolering gelegen is en evenmin de mogelijkheid bestaat om het huishoudelijk afvalwater te lozen in een oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater, mag het huishoudelijk afvalwater geloosd worden in de bodem (indirecte lozing in het grondwater). Elke directe lozing in het grondwater van huishoudelijk afvalwater is verboden. Een indirecte lozing in het grondwater kan alleen worden toegelaten mits men men voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Elke lozingsmethode waarbij het afvalwater rechtstreeks in de bodem of in een grondwaterlaag wordt geïnjecteerd is verboden;
  • Het huishoudelijk afvalwater dient te worden voorbehandeld in een individuele voorbehandelingsinstallatie alvorens te lozen in een besterfput;
  • De besterfput heeft een maximale diepte van 10 meter onder het maaiveld;
  • De indirecte lozing in grondwater van huishoudelijk afvalwater is verboden in gebieden waar rioleringen aanwezig zijn; deze verbodsbepaling geldt niet voor besterfputten die reeds in gebruik waren genomen voor de aanleg van rioleringen, en voor zover de aansluiting op de riool technisch onmogelijk is. De eigenaar moet zelf de nodige documenten leveren die deze eventuele technische onmogelijkheid tot aansluiting op de openbare riolering staven. In de gevallen waar aansluiting technisch wel mogelijk is, dient deze onmiddellijk gerealiseerd te worden;
  • De besterfput dient gelegen te zijn op een afstand van tenminste: 50 meter van een oppervlaktewater; 50 meter van elke open kunstmatige afvoerweg voor hemelwater; 100 meter van een grondwaterwinning; 100 meter van elke bron van drinkwater, thermaalwater of mineraalwater;
  • De besterfput mag geen overloop hebben;
  • In de besterfput mag enkel sanitair afvalwater geloosd worden. Elke lozing van huishoudelijk klein gevaarlijk afval, zoals afvalolie, verfresten, e.d. is ten strengste verboden;
  • De besterfput moet uitgerust zijn met een gemakkelijk en veilig bereikbare opening die toelaat monsters te nemen van de materie die zich in de besterfput bevindt;
  • Voor bestaande woningen moet als individuele voorbehandeling minimaal een septische put aanwezig zijn. De werking en het onderhoud hiervan moet beantwoorden aan de voorschriften van artikel 9 §2; Voor nieuwe woningen is evenwel een verdergaande biologische behandeling vereist, die voldoet aan de voorschriften in de "Code van goede praktijk". De installatie maakt verplicht onderdeel uit van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning;
  • De in de punten 9 en 10 van dit artikel bedoelde voorbehandelingsinstallatie moet onmiddellijk in werking zijn;
  • De eigenaar moet de lozing van het huishoudelijk afvalwater melden aan het gemeentebestuur.
  •  

Art 9:   Individuele voorbehandelingsinstallaties:

  •  Met betrekking tot de installatie, de werking en het onderhoud van individuele voorbehandelingsinstallaties, moeten de bepalingen in de "Code van goede praktijk" nageleefd worden. 
  •  Met betrekking tot het onderhoud van septische putten gelden volgende bepalingen:
    • 1. de septische put moet jaarlijks worden geruimd
    • 2. het lozen van geruimd septisch materiaal in de openbare riolering of collectoren is verboden;
    • 3. septisch materiaal moet afgevoerd worden naar een openbare waterzuiveringsinstallatie 

Art 10: Borgsom voor een individuele voorbehandelingsinstallatie:

Indien een individuele voorbehandelingsinstallatie volgens onderhavige verordening verplicht is, dient ze een essentieel deel uit te maken van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning. De bouwheer dient voor de individuele voorbehandelingsinstallaties een borgsom te storten op rekeningnummer 091-0002297-95 van de gemeente Kortemark. Bij het afhalen van de stedenbouwkundige vergunning moet de bouwheer het bewijs van betaling voorleggen. Na voorlegging van de factuur van plaatsing van de individuele voorbehandelingsinstallatie wordt deze borgsom terugbetaald.

Art 11: Bedrag van de borgsom voor een individuele voorbehandelingsinstallatie: Deze borgsom die geen intresten opbrengt bedraagt 15.000 Fr forfaitair.

Art 12: Hemelwaterput: Bij nieuwbouw en hernieuwbouw van woningen is de bouwheer of eigenaar van de woning verplicht een hemelwaterput te plaatsen. Het volume van de hemelwatertank dient in overeenstemming te zijn met de horizontale dakoppervlakte met een minimale inhoud van 3.000 l.

Horizontale dakoppervlakte

Minimale tankinhoud

0 tot 60 m²

3.000 l

61 tot 100 m²

5.000 l

101 tot 150 m²

7.000 l

151 tot 200 m²

10.000 l

meer dan 200 m²

5.000 l per 100 m²

 

De hemelwaterput ontvangt het hemelwater van minstens de helft van de dakoppervlakte van het gebouw.

Art 13: Overloop van de hemelwaterput: De overloop van de hemelwaterput en/of de afvoerleiding van het regenwater wordt bij voorkeur aangesloten op een infiltratievoorziening. De overloop van de hemelwaterput mag echter ook afgeleid worden naar een kunstmatige afvoerweg  voor hemelwater of een oppervlaktewater. Wanneer een gescheiden stelsel aanwezig is mag de overloop van de hemelwaterput eveneens aangesloten worden op het gedeelte van de openbare riolering bestemd voor de afvoer van hemelwater. Indien deze voorzieningen niet voorhanden zijn dan wordt de regenwaterafvoer ter hoogte van de rooilijn op het privaat domein samengebracht met de vuilwaterafvoer in een controleputje.

Art 14: Controle: Na uitvoering van de aansluiting (vuilwater- en hemelwaterafvoer) op privaat domein stelt de bouwheer of eigenaar het gemeentebestuur hiervan in kennis, teneinde het bevoegde gemeentepersoneel toe te laten controle uit te oefenen op de naleving van dit reglement. Bij niet verwittiging van het gemeentebestuur is de bouwheer of eigenaar van de aansluiting verplicht om op zijn kosten de werken uit te voeren die nodig zouden zijn om een controle op de aansluiting te kunnen doen.

Bij vastgestelde sluikaansluitingen vallen de kosten voor controle en de eventuele kosten van de nieuwe aansluiting volledig ten laste van de bouwheer of eigenaar.                        

Art 15: Hergebruik: Bij nieuwbouw of vernieuwbouw is het hergebruik van het in de hemelwaterput opgevangen water verplicht door middel van een aangesloten pompinstallatie met een minimale aansluiting met 1 WC of wasmachine. Een pompinstallatie is niet verplicht indien de verschillende aftappunten gravitair gevoed kunnen worden. Er mag geen directe verbinding gecreëerd worden tussen het drinkwaternet en het leidingennet aangesloten op de hemelwaterput. Hiertoe dient ofwel een afzonderlijk leidingencircuit voorzien te worden voor leidingwater en drinkwater ofwel dient leidingwater in de hemelwaterput bijgevuld te worden door middel van een bijvulsysteem met onderbreking overeenkomstig de "Code van de goede praktijk".

Art 16: Vrijstellingen voor plaatsen hemelwaterput: Van de toepassing van de verordening betreffende de hemelwaterput zijn vrijgesteld:

  • eengezinswoningen die worden opgericht met beide zijgevels op de zijdelingse perceelsgrenzen en met een gevelbreedte van minder dan 6 meter langs de straatzijde en een perceelsoppervlakte van minder dan 400 m².
  • eengezinswoningen die worden opgericht op percelen kleiner dan 300 m².

Art 17: Borgsom voor hemelwaterput: Indien een hemelwaterput volgens onderhavige verordening verplicht is, dient hij een essentieel deel uit te maken van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning De bouwheer dient voor de hemelwaterput een borgsom te storten op rekeningnummer 091-0002297-95 van de gemeente Kortemark. Bij het afhalen van de stedenbouwkundige vergunning moet de bouwheer het bewijs van betaling voorleggen. Na voorlegging van de factuur van plaatsing van de hemelwaterput wordt deze borgsom terugbetaald.

Art 18: Bedrag van de borgsom voor hemelwaterput: Deze borgsom die geen intresten opbrengt bedraagt 5.000 Fr forfaitair.

Art 19: Bufferingseisen: Voor grote verharde oppervlakken (vanaf 0,1 ha = 1000 m²) kunnen specifieke  bufferingseisen  opgelegd worden overeenkomstig de 'Krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid' en afhankelijk van de eisen van de waterloopbeheerder.

Art. 20: Strafbepalingen: Inbreuken op de bepalingen van deze verordening worden bestraft met sancties zoals bepaald in artikel 146 en 147 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen.

Binnen een door hem vast te stellen termijn kan de politierechter bovendien het herstel van de overtreding bevelen. In geval van niet-uitvoering, zal het gemeentebestuur hiervoor instaan op kosten van de overtreder.

De politierechter kan de overtreder veroordelen tot terugbetaling van de gedane uitgaven, ontstaan ingevolge sluikaansluitingen, en zulks op basis van een door het College van Burgemeester en Schepenen voorgelegde uitgavenstaat.

Art. 21: Inwerkingtreding: De in deze gemeentelijke verordening opgenomen artikels moeten worden nageleefd ten laatste na de inwerkingtreding van deze gemeentelijke verordening. Deze gemeentelijke verordening treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad behalve de bepalingen van artikel 6 en artikel 7 die retroactief van kracht worden vanaf 1 augustus 2000.

Art. 22: Op te heffen besluiten: Na de goedkeuring van dit besluit door de Bestendige Deputatie wordt het besluit van de Gemeenteraad dd. 29 november 1977 houdende verplichting van de installatie van een regenwaterreservoir voor eengezinswoningen, opgeheven.

Art 23: Goedkeuring: Deze stedenbouwkundige verordening wordt definitief vastgesteld. Een afschrift van deze verordening zal voorgelegd worden aan de Bestendige Deputatie van de Provincie West-Vlaanderen ter goedkeuring en aan de Vlaamse Milieumaatschappij voor de subsidieregeling van de gemeentelijke rioleringen.

Goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 29 mei 2001

Praktisch

Publieke ruimte

Stationsstraat 68

8610 Kortemark

Tel. 051 57 51 40